Hieronder verzamelen we een aantal kerncijfers omtrent het geneesmiddelengebruik uit de IMA Atlas. In de Atlas zelf vindt u meer gedetailleerde informatie terug, die verder kan uitgesplitst worden volgens het type van geneesmiddelen (tot ATC-niveau 3) en geslacht, leeftijdscategorie en woonplaats (gewest) van de gebruikers.

Methodologie en definities

De cijfers omtrent het geneesmiddelengebruik zijn gebaseerd op het aantal personen met een aflevering van terugbetaalde geneesmiddelen in publieke apotheken en ziekenhuisapotheken.
Het gaat om farmaceutische specialiteiten. Dat zijn geneesmiddelen die geproduceerd worden door farmaceutische bedrijven. Deze worden terugbetaald door de ziekteverzekering indien aan deze voorwaarden wordt voldaan.

  • Het geneesmiddel staat op de lijst van farmaceutische specialiteiten waarvoor een terugbetaling door de ziekteverzekering is voorzien.
  • Er werd een voorschrift opgesteld door een arts, tandarts of vroedvrouw.
  • Het geneesmiddel wordt afgeleverd door een apotheker.

De ATC-classificatie (Anathomical Therapeutical Chemical) is een internationale indeling van geneesmiddelen, die uitgaat van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO). Hierbij worden de actieve bestanddelen van geneesmiddelen ingedeeld in groepen op basis van het orgaan of systeem waar ze op werken, en hun therapeutische, farmacologische en chemische eigenschappen. Deze indeling bevat vijf niveaus. In de IMA Atlas kan het percentage gebruikers geraadpleegd worden, ingedeeld volgens het eerste (anatomische hoofdgroep), tweede (therapeutische subgroep) en derde (farmacologische subgroep) niveau.

Voor de cijfers in de IMA Atlas is er per gebruiker een ondergrens van minimaal 10 standaard dagdosissen (DDD) per jaar. Een DDD is de internationale meeteenheid die eveneens uitgaat van de WHO, en is de veronderstelde gemiddelde dagelijkse dosis die gebruikt wordt door een volwassen persoon van 70 kg voor de voornaamste indicatie.

Algemene cijfers

In 2020 heeft twee derde van de Belgen een terugbetaald geneesmiddel afgehaald. Het voorbije decennium was dit aandeel behoorlijk stabiel, maar in 2020 is het, voornamelijk als gevolg van de coronacrisis merkbaar gezakt.

Verschillen tussen de geslachten

De leeftijd is een belangrijke factor bij het geneesmiddelengebruik. Bij jongeren (0-17 jaar) ligt het geneesmiddelengebruik het laagst. Iets meer dan een derde van de jongeren had in 2020 (35,9%) een aflevering van een terugbetaald geneesmiddel. Voor personen 18 tot 64 jaar bedroeg het iets meer dan twee derde en voor 65-plussers was dit zelfs meer dan 9 op 10. De daling van het geneesmiddelengebruik in 2020 is het meest opvallend bij jongeren. Bij 65-plussers is dit percentage zeer stabiel.

Différences selon le sexe

Het gebruik van terugbetaalde geneesmiddelen is hoger bij vrouwen dan bij mannen, weliswaar vooral in de leeftijdscategorie van 18 tot 64 jaar. Dit is een internationaal fenomeen en is ook te zien in de cijfers van Eurostat. Dit kan deels toegeschreven worden aan het gebruik van orale contraceptiva en hormonen bij menopauze (ATC-klasse G), al duikt het verschil ook op (in meer of mindere mate) bij de andere geneesmiddelencategorieën.

Top 10 van geneesmiddelen

In dit segment willen we een overzicht geven van de aantal gebruikers per geneesmiddelenfamilie. We maken hier gebruik van ATC-niveau 2. Dit niveau geeft doorgaans een aanduiding van de therapeutische hoofdgroep van het geneesmiddel.

Deze top 10 is vrij stabiel in vergelijking met tien jaar terug. Er zijn enkele stijgers en dalers, maar de categorieën die erin voorkomen, zijn dezelfde.

Als we kijken naar de evoluties van de individuele geneesmiddelenfamilies, zien we de voorbije 10 jaar een daling van het aantal gebruikers van de twee grootste families – de ontstekingsremmers (M01) en antibiotica (J01). Een duidelijke stijging is te zien bij geneesmiddelen voor zuurgerelateerde aandoeningen (A02), antitrombotica (B01) en geneesmiddelen die werken op het renine-angiotensinesysteem (C09).

Het verminderde geneesmiddelengebruik in het coronajaar 2020 is ook niet bij alle geneesmiddelenfamilies even uitgesproken. Ze is vooral opvallend bij de ontstekingsremmers (M01), antibiotica (J01) en geneesmiddelen voor obstructieve luchtwegaandoeningen (R03).